FAQ

Veel gebruikte termen

Stabiliteitsberekeningen en het opmaken van plannen zitten ons in het bloed. De lijnen op een bouwplan komen voor ons tot leven en balken, kolommen en wapeningen versmelten tot een stabiel geheel.

Wanneer we over ons geliefde vak praten, gebruiken wij dan ook vakjargon als was het met de paplepel ingegeven. We maken je graag deelgenoot van onze meest gebruikte termen.

Veel voorkomende dakconstructies

Vandaag de dat worden de plankenkap meest gebruikt. 
Hierbij worden planken met een sectie van 32mm bij 180mm of 210mm op een tussenafstand van ongeveer 45cm geplaatst. Deze planken worden ook wel sporen of spantbenen genoemd. Twee aaneengekoppelde spantbenen vormen samen met de horizontale trekker een sporenspant.

Een gordingenkap is het dak dat voor de jaren ’60 van vorige eeuw werd gebruikt. Hierbij monteert men per dakvlak 1 of 2 horizontale balken plus een nokgording van topgevel tot topgevel, tussenin eventueel bijkomend ondersteund door een spant. Gordingen en spanten kunnen in hout zijn, geprofileerd dun plaatstaal, stalen liggers, beton, …
Bovenop de horizontale balken worden op ongeveer 45 cm van elkaar kepers gemonteerd.
Gordingen worden nog toegepast wanneer het dak wordt dichtgelegd met geprefabriceerde geïsoleerde dakelementen (geïsoleerde golfplaten of sandwichpanelen).

Een spantenkap is een wat verwarrende term.
Enerzijds doet het je denken aan een kap met een spant erin (zoals een spant dat de gordingen van een gordingenkap draagt), maar ook aan de sporenspanten van een plankenkap.

Basisconstructie van een gebouw

Een gebouw zorgt, al naargelang zijn functie, voor een wind- en regendichte, geïsoleerde omgeving waarbinnen gewoond, gewerkt of gestapeld wordt. De constructie moet weerstaan aan de weersinvloeden en het gebruik binnenin het gebouw.

De buitenomtrek van het gebouw (dakbekleding, gevelafwerking, ramen en deuren..) wordt de gebouwschil genoemd. Alles daarbinnen is het beschermd volume.
De structuur van het gebouw wordt gevormd door materialen die moeten weerstaan aan die invloeden en het gebruik. Daarnaast hebben die ook een eigen gewicht dat dus ook effect heeft op de structuur.

Om een gebouw te berekenen maakt de ingenieur een onderscheid tussen dragende en niet-dragende delen.

De dragende delen zijn de muren, vloerplaten, dakspanten, kolommen, balken en liggers, … . Ze worden ook wel structurele delen genoemd en zorgen ervoor dat de belastingen worden afgeleid naar de fundering waarop het gebouw tot stand komt.

De foto hieronder toont een woning tijdens de ruwbouw. De structurele (dragende) delen van de woning zijn de muren in snelbouw, kolommen en balken in beton, gewelven in beton, met een tussenliggende stalen ligger die de verdiepingsmuur draagt.

De niet-dragende delen hangen aan of dragen op de dragende delen. Ze bevinden zich in het gebouw (scheidingsmuren, muurafwerkingen, binnenramen en -deuren, balustrades, …) en in de gebouwschil (gevelafwerkingen, dakbedekking, buitenramen en -deuren).

Belastingen, krachten en spanningen

De dragende delen van een gebouw worden berekend, rekening houdend met de belastingen die erop inwerken.

  • Eigen gewicht van de structurele elementen (muren, balken, liggers, kolommen, vloerplaten, funderingen, dakspanten, …).
  • Gewicht van de afwerkingen (vloeropbouw met chape en tegels, plankenvloer; scheidingsmuren, gevelsteen, glasramen, dakdichtingen, …).
  • Belastingen door weersomstandigheden (wind, sneeuw, temperatuur,… )
  • Gebruiksbelastingen: dit zijn opgelegde belastingen, afhankelijk van het gebruik van de ruimtes in een gebouw.
    • Voor een woonkamer, keuken, slaapkamer wordt 200 kg/m² ingerekend. Dit houdt rekening met de plaatsing van bed en kasten plus de personen die er verblijven.
    • Voor een balken neemt men 400 kg/m². Dit getal houdt rekening met uitzonderlijke situaties waarbij meerdere mensen op dat balkon kunnen staan.
    • Een plat dak dat enkel wordt belopen voor onderhoud zal een kleinere gebruiksbelasting krijgen dan een dakterras;
    • Bij archieven en magazijnen wordt rekening gehouden met een belasting tot 500 kg/m².
  • Accidentele belastingen: deze brengen uitzonderlijke krachten in rekening, zoals de impact van een auto in een parkeergarage of een ontploffing in een transformatorlokaal. 

Die belastingen brengen krachten teweeg in de gehele constructie. Deze krachten worden afgeleid naar de dragende delen.
Een horizontale windbelasting op een gebouw wordt bijvoorbeeld afgeleid naar een betonkolom. Deze kolom moet dus zo worden ontworpen dat die de inwerkende krachten weerstaat. 
De meest gekende kracht is het doorbuigmoment. Een kolom die bovenaan horizontaal wordt belast, kan aan de kop horizontaal gaan uitwijken (ombuigen).

Krachten veroorzaken op hun beurt spanningen een een materiaal. 
Stel je voor dat je een houten balk op twee betonblokken legt en je midden op die balk gaat staan.  Als de balk voldoende sterk is, dan zal ze hoogstens wat doorbuigen. In de sterkteleer zeggen we dan dat de balk een nieuw evenwicht zoekt (actie-reactie). Onderaan wordt aan de vezels ‘getrokken’, bovenaan ingedrukt. Er zijn dus trek- en drukspanningen.
Per materiaal bestaat er een maximale trek- en drukspanning. Dit wordt ook de capaciteit van het materiaal genoemd, ofwel het vermogen om een bepaalde spanning op te nemen. 
Soms worden materialen gecombineerd om de capaciteit te verbeteren. Beton kan bijvoorbeeld druk opnemen, maar niet voldoende trek. Daarom wordt een wapeningsstaal toegevoegd. Dit staal neemt dan de trek op, terwijl het beton de druk weerstaat.

Veel gestelde vragen

Het beoordelen van een constructie gebeurt best door een specialist. In sommige gevallen is het echter mogelijk om zelf al een aantal inschattingen te maken.

Kan ik zelf een stalen ligger voor mijn verbouwing uitrekenen?

Bij een verbouwing worden bestaande ramen vaak breder gemaakt en/of meerdere ruimtes samengevoegd. De muren en vloerplaat van de bovenliggende verdieping worden dan meestal opgevangen door een stalen ligger.
Op Google vind je, mits enig zoekwerk om het kaf van het koren te scheiden, genoeg informatie om zo’n ligger zelf te berekenen. 
Let wel: de uitkomst hangt af van hoe je de informatie gebruikt.

  • Scheuren vermijden: een stalen ligger wordt doorgaans op drie zaken gecontroleerd: sterkte, doorbuiging en knik. Voor een ‘gewone’ verbouwing zal de knik niet doorslaggevend zijn. Het is de doorbuiging die bepalend is. Wanneer deze wordt onderschat of niet wordt gecontroleerd, kunnen later scheuren ontstaan in de muren die door deze ligger worden gesteund.
  • Wat moet de ligger precies dragen? Voor een recentere woning waarvan een bouwplan bestaat, of een rijwoning van 50 jaar oud, kun je goed achterhalen hoe de woning werd gebouwd. Het type van tussenvloeren (houten roostering met plankenvloer, gewelven, massieve beton, …), dikte van de muren (massief, snelbouw; betonblokken), draagconstructie van het dak (spant in het midden met horizontale gordingen met daarop kepers die dakpannen dragen, of sporenspantjes die dragen op de voorgevel en de achtergevel) kan je dan makkelijk bepalen.
    Bij oudere gebouwen is het al moeilijker om te achterhalen hoe de nieuwe ligger zal worden belast.
    Daarnaast moet je dan nog rekening houden met de fundering. Deze zorgt ervoor dat de belastingen worden gespreid over de ondergrond.
    Bij het maken van een opening breng je deze spreiding uit balans.  Je krijgt een belastingconcentratie ter hoogte van de oplegpunten van de stalen ligger op het naastliggende metselwerk.

Een ingenieur kan je bijstaan om de juiste ligger te kiezen waarvan de doorbuiging beperkt is om scheuren te voorkomen. Ook voor de controle van het mestelwerk en de spanning op de ondergrond, schakel je best een professional in. Die kan aangeven waar je eventuele verstevigingen dient te voorzien. 

Hoe wordt een fundering berekend?

Funderingen brengen de lasten van de bovenbouw over naar de draagkrachtige ondergrond. In sommige gevallen zullen de funderingen ook grond- of waterkerend zijn (bijvoorbeeld keldermuren). De fundering veroorzaakt spanningen in de ondergrond.
De bodem wordt gecontroleerd op draagkracht (het vermogen om een bepaalde belasting te dragen) en op zettingen (het indrukken van de ondergrond vanwege de belasting).
De keuze van het funderingssysteem hangt af van de belastingen die de bovenbouw teweegbrengt (bijvoorbeeld puntlasten door kolommen of lijnlasten door muren) en de bodemgesteldheid.

  • Kleigrond is redelijk draagkrachtig, maar de zettingsverschillen tussen de meer of minder belaste funderingen kunnen te groot worden.
  • Een zandachtige grond net onder de funderingsaanzet is op zich zeer draagkrachtig, maar als daaronder een slappe kleilaag zit, dan is er gevaar voor te grote zettingen.

Het is dus zaak het funderingssysteem zo te kiezen dat het de lasten die erop inwerken kan dragen, dat de zettingen beperkt blijven en dat de zettingsverschillen onder verschillende delen van de bouw aanvaardbaar blijven.

We onderscheiden 2 grote groepen funderingen,  naargelang de diepte onder het grondoppervlakte (= maaiveld) waarop ze aanzetten:

  • Ondiepe funderingen zijn de meest gekende strookfunderingen en plaatfunderingen. Worden toegepast als de bovenste grondlagen draagkrachtig zijn en de grondopbouw onder het maaiveld geen te grote zettingen veroorzaakt ondervindt van de inwerkende lasten.
  • Bij diepfunderingen, zoals paalfunderingen en aanverwanten, wordt de belasting overbracht naar ofwel een draagkrachtige zandlaag, ofwel laat men de paal op kleef werken in een kleigrond.
Welke scheuren zijn gevaarlijk voor de stabiliteit?

Scheuren of barsten kunnen op verschillende plaatsen optreden: aan de onderzijde van verdiepingsvloeren, in muren, glasramen, houten liggers, doorheen betonbalken,… . Het materiaal waarin de scheuren zich voordoen is dikwijls pleisterwerk, gipskarton, baksteen, beton, tegelwerk, glas, hout, …

Scheuren treden op in het element zelf, of op de naad tussen twee elementen (bijvoorbeeld overgang plafond – muurpleister). In het laatste geval spreken we over een spleet of een opengaande voeg. Het element zelf barst eigenlijk niet.
Gemakshalve spreken we over scheurvorming.

Scheuren komen niet alleen in oude gebouwen voor, ook in nieuwe gebouwen kunnen ze optreden. Ze veroorzaken een verlies van stabiliteit van het gebouw en gevaar voor verzakking of zelfs instorting. Gelukkig komt het vaak niet zo ver.
Een ingenieur kan de oorzaak van een scheur vaststellen en nagaan of deze wijst op een gevaar of een probleem voor de stabiliteit van een gebouw. Naast een eventueel verlies van draagkracht, kan een scheur natuurlijk ook een esthetisch onaanvaardbaar zijn.